Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Waarom is Greenchoice niet eerlijk over co-vergisters?

Laatst belandde ik op de website van Greenchoice en kwam ik erachter dat je daar zelf kunt kiezen van welke groene stroomproducent je stroom gaat afnemen. Op de plattegrond klikte ik een aantal biogasinstallaties bij boerderijen aan, die stroom uit biovergisting produceren. Het verraste me dat de installaties de stroom uit alleen mest produceerden. Want veel 100%-monomestvergisters zijn er niet in Nederland. Verder kijkend naar biogasinstallaties in de omgeving van waar ik woon, bleek ook daar dat Greenchoice alleen mest als grondstof noemt. Terwijl ik van een aantal zeker weet dat het om co-vergistingsinstallaties gaat, waarbij ook ander organisch materiaal wordt vergist. Als het gaat om de productie en verkoop van elektriciteit is dat relevant, want uit drijfmest is niet veel energie te halen. Weliswaar moet de input van de vergister voor minimaal 50% uit mest bestaan om het restproduct als mest te mogen afvoeren, maar de co-producten, zoals maïs, gras, vetten, glycerine en supe...

Lat moet hoger bij subsidiëring biovergisting

Biovergisting heeft een duurzaam imago. Er wordt in vergisters uit biomassa biogas gevormd dat voor ca. 60% uit methaan bestaat. Van het methaan wordt elektriciteit, warmte of ‘groen’ gas geproduceerd. Er zijn bijvoorbeeld vergisters die rioolslib vergisten, mest- of co-vergisters op varkens- of melkveebedrijven, grootschalige industriële mest- of co-vergisters en vergisters van bietenrestjes bij de suikerfabriek. Biogas kan een duurzame bron van energie zijn, maar biovergisters hebben onderling heel verschillende bedrijfsmodellen. Helaas blijkt energie uit biovergisting in de praktijk niet altijd zo duurzaam te zijn. De soort biomassa, het transport ervan en wat er met het restproduct digestaat gebeurt, hebben daar veel invloed op.

Marrumer militairen in de tijd van Napoleon

In Franse dienst Afb. 1 Napoleon Toen Nederland door Napoleon was ingelijfd bij Frankrijk, van 1810 tot 1813, werden jonge mannen uit ons land opgeroepen voor militaire dienst in Napoleons leger. De Fransen voerden in die tijd een goede administratie en er is in de archieven gedegen onderzoek gedaan naar de Friese militairen in de Franse tijd. De gegevens staan op internet en daarbij zijn ook gegevens te vinden over Marrumers die onder de wapenen waren geroepen. Sommige familienamen komen ook nu nog in Marrum voor, zoals Zoodsma en Stelpstra en ook meer algemeen voorkomende namen als Dijkstra en Van Dijk.

475 jaar Tjallinga Weeshuis

Meer dan 300 jaar zijn er wezen opgevangen op Tjallingastate in Westernijkerk bij Marrum, waar nu de familie Schuiling boer is. Op 2 april 1541, dus in 2016 475 jaar geleden, legde het kinderloze echtpaar Sjoerd van Andla en Kinsck van Ropta in een donatiebrief de stichting van het weeshuis vast. Het echtpaar behoorde tot de hoofdelingen (invloedrijke families die veel land bezaten) en woonde op Papingastate bij Weidum. Tot de vele bezittingen van Sjoerd en Kinsck hoorde ook het aanzienlijke Tjallinga-goed, dat Kinsck, die afkomstig was van  Roptastate bij Metslawier, door vererving had verkregen. Voor de stichting van het weeshuis stonden Sjoerd en Kinsck Tjallingastate af  “tot onderholdinge der armen en elendigen weesen en fondlinge”.